De twee gezichten van Murcia

Het Belang van Limburg – 14 april 2009
Tekst: Christof Rutten

Geklemd tussen ronkende namen als Andalusië en Valencia kan Murcia op heel wat minder bekendheid rekenen. Toch wil de streek in het zuidoosten van Spanje zich profileren als een boeiende stopplaats voor toeristen. Troeven heeft Murcia alvast: zowel voor luie strandbezoeker die zich nergens zorgen om wil maken als voor de reiziger die natuur, geschiedenis en cultuur wil ontdekken.

Watersportwalhalla

Wie dol is op watersport en zich geen zorgen wil maken over de kids die te ver in het water dwalen: één adres: de Mar Menor, de grootste lagune van Europa. Een zee in een zee, afgesloten door La Manga, een strook land van zo’n 20 kilometer lang. Op een kaart: rechts de Middellandse Zee, links de Mar Menor. Je kan hier werkelijk honderden meters ver wandelen en nog niet kopje onder gaan. Het diepste punt in de hele lagune is zeven meter diep. Daarom wordt de Mar Menor ook wel eens het grootste zwembad van Europa genoemd.
In summer, the water is very warm, and the high salinity already makes it easier for a person to float. Moreover, the water is very calm because the strip of land - at most a kilometre or two wide - acts as a natural breakwater. In other words, the Mar Menor is excellent for families.
Vooral Britten en de Spanjaarden zelf vinden hun weg naar de strook die volgebouwd staat met appartementen en hotels. Qua watersport is dit het walhalla. Ruim twintig watersportcentra bieden mogelijkheden en cursussen aan: zeilen, catamaran varen, surfen, waterski, jetski, kajak… Een kijkje nemen naar de belachelijk dure yachts in een van de luxehavens kan ook.

Ruwe kusten

Niet zo dol op massatoerisme? Dan nog kan je aan de Mar Menor terecht, al is het alleen maar om te slapen in de nodige luxe. Wil je de toeristenstroom ontlopen, dan kan je vlakbij de ruwe en zo goed als verlaten stranden opzoeken met wandelpaden in de duinen en de heuvels aan de rand van de Middellandse zee.
Met uitzichten die de ziel zalven. Meteen een grote troef van Murcia: de provincie heeft nog hele stroken strand die niet zijn volgebouwd. Een aantal van die grillige, met rotsen bezaaide plekken zijn beschermd gebied. Elders wil men misschien wel weer gebouwen gaan neerplanten… Hoe het ook mag uitdraaien: u kan misschien best niet meer te lang wachten.
Voor wie liever niet in de kille gebouwen van de Mar Menor overnacht, is logeren in het dorpje aan Cabo de Palos een mogelijkheid. Gelegen aan het begin van de strook, heeft het een veel authentieker karakter vergeleken met de nieuwbouw van even verderop. Inclusief een schattig haventje met vissersboten en een vuurtoren die de kaap en omstreken domineert.

Diving paradise

Vanuit de Cabo de Calos zie je puntige rotsen boven het wateroppervlak steken: niet verwonderlijk dus dat hier menig schipper zijn schuit naar de haaien zag gaan. Het water rond de kaap vormt een van de gevaarlijkste scheepvaartroutes in Europa, wat meteen het grote aantal wrakken dat op de bodem van de zee ligt verklaart. Gecombineerd met een sowieso al erg rijk zeebiotoop en het zeer heldere water, maakt dat van Cabo de Calos een van de beste plekken om te duiken. Ze hebben er zelfs hun eigen ‘titanicverhaal’.
In 1906 kwam een prachtig Italiaans schip vast te zitten op een rots. Mensen raakten in paniek en sprongen in het water. De afstand tot de kust was niet ver, het water was rustig. Toch verdronken 500 mensen die dag. Onnodig, want het schip bleef nog twee weken lang op de rots vastgeklemd zitten. Een plaatselijke visser redde 450 mensen door zijn schip tegen de Italiaanse luxestomer te rammen zodat mensen konden overstappen op zijn schip. Een plakkaat met zijn naam en een beschrijving van zijn heroïsche daad vind je terug aan de vuurtoren, een model van het Italiaanse schip in het vlakbij gelegen toeristische centrum.

Cartagena en Murcia

Verder zuidwaarts ligt de eeuwenoude stad Cartagena. Gesticht door de Phoeniciërs, veroverd door de Romeinen en in zijn eeuwenoude bestaan altijd een erg belangrijke uitvalsbasis geweest voor oorlogs – en handelsschepen.
De sporen van de geschiedenis zijn duidelijk zichtbaar: telkens als er ergens een nieuw gebouw moet worden neergepoot, worden fundamenten van weleer blootgelegd. Daar wordt creatief mee omgegaan. Bezoekers aan het huis van Fortuna komen ondergronds op een oude straat en de vloer van een Romeinse villa terecht, inclusief mozaïeken en fraaie muurtekeningen.
Het Romeins theater is fraai gerestaureerd en moet vanaf de zomer bezoekers toelaten. Vlak ernaast de ruïnes van een romaanse kerk. Een uitstekend overzicht van heden en verleden – inclusief de haven – krijg je van op het fort en het plein op de heuvel waar je tegenwoordig met een lift kan geraken. De stad heeft de laatste jaren een echte renovatiekuur gekend. Toch is Cartagena geen prentkaartstadje geworden.Daarvoor leeft de stad te veel.
Interessanter in ieder geval dan de hoofdstad van de streek: ook Murcia. Al kan Murcia wel rekenen op een juweel van een kathedraal (bekijk de kapellen, schitterend), enge straatjes en levendige gezellige pleintjes waar grootouders met de kids halt houden voor een beeld van de madonna en samen een kruisje slaan. Murcia heeft ook het voordeel dat het centraal gelegen is in de provincie en zo een goede uitvalsbasis vormt voor de hele omgeving, zoals de Valle de Ricote.

Vruchtbare oase

Mocht u terwijl u dit leest, nippen aan een glas vers geperst sinaasappelsap: de kans is redelijk groot dat de citrusvrucht die u daarvoor heeft gebruikt afkomstig is uit die valle de Ricote. De provincie staat bekend om zijn landbouwproductie op de huerta, een grote vruchtbare vlakte omgeven door bergen. Citrusvruchten kapen daarbij de hoofdvogel weg. De huerta wordt ook wel eens de boomgaard van Murcia genoemd. De moren startten al lang geleden met landbouw en daar plukken ze nu nog – letterlijk – de vruchten van.
In de valle de Ricote gaat dat gebruik al heel lang terug, en het is meteen ook de plek waar de moren het langst bleven hangen. Het water wordt er geïrrigeerd via oude watermolens en de vallei zelf oogt als een lange oase waarin kleine, pittoreske dorpjes verscholen liggen. Stop zeker een keertje in Ojos.

Relax

Laatste halte: maar wat voor een. In de ricotevallei kan u werkelijk helemaal tot rust komen in de balneario De Arechna, een groot wellnessoord. Drie hotels (twee met vier sterren, eentje met drie) liggen vlak bij elkaar en zijn onderling verbonden door een web van eeuwenoude gangen. Hier bevind je jezelf vlak bij de bron: je voelt de hitte en de stroom. Hotelgasten kunnen hier uitzweten en zich laten behandelen en bepamperen, in de gebouwen van het hotel of de aanpalende sparuimten.
Je laten insmeren met chocolade, hete stenen op de rug… Het hele gamma is er. Een heerlijk plons in het zwembad met daarin tal van jacuzzi’s, een zoutbad, meerdere sauna’s liggen allemaal vlakbij op wandelafstand Dat de natuur en resten Moorse architectuur daarbij het decor vormen, maakt alles nog sprookjesachtiger. Ook dit is een perfecte uitvalsbasis om de streek te verkennen en relaxed terug te keren. A tu salud!

Enkele aanraders op culinair vlak…

In Murcia: La Pequeña met tapas uit Murcia.
In Ricote: El Sordo (de dove): restaurant in strak design in de valle de Ricote waar mensen van Alicante speciaal naar toe rijden.
In Cartagena: El Barril, groot assoriment van taditionele tapas.
In Cabo De Palos: El Pez Rojo: fantastische visspecialiteiten vanop een terras boven de zee.