Murcia, ideale overwinteringsplaats

Het Laatste Nieuws – 11/12 december 2010
Tekst: Jakobien Huisman

Bij overwinteren in Spanje denken we meteen aan Benidorm, maar de Costa Calida, het stuk kust tussen de Costa Blanca en de Costa de Almeria, wordt steeds populairder.
En je vliegt in de winter vanuit Charleroi rechtstreeks naar Murcia in amper 2 uurtjes.
De Costa Calida of warme kust heeft nog een ongeschonden en ruige kustlijn vol zoutmeren, kliffen, landtongen en nog een paar authentieke vissersplaatsen.
Goed voor 250 km tussen het fantastische strand van El Mojón, ten noordoosten van de luchthaven van Murcia, en het strand van Aguilas, aan de grens met de provincie Almeria.
Er zijn niet veel steden langs de Costa Calida en de grote wegen lopen landwaarts, zodat de stranden nog rustig zijn, als je ze vergelijkt met drukkere badplaatsen als Alicante (op 80 km) en Benidorm (op 120 km).
Cartagena is zeker een dagje waard, met zijn art-nouveauhuizen, Romeinse opgravingen en imponerende Castillo de la Concepción, waar je te voet of met een kabellift naartoe kan. Maar ook zonder citytrip is een vakantie aan de Costa Calida goedgevuld.
De kust is hier heel afwisselend, met verborgen baaitjes en grotten en overal kristalhelder water.

Vissersdorp

Wie de kustlijn vanaf Alicante zuidwaarts volgt via de N332 komt door het kleine vissersdorp Santa Pola. Dat staat bekend om zijn cocina marinera, lokale gerechten met vis en schelpdieren.
Een aanrader is het restaurantje Nueva Casa del Mar, waar de familie Bonmati Sempere je met open armen ontvangt. Bocaditos de merluza, arroz caldero (een typisch streekgerecht met rijst en vis), calamares a la plancha… Je mag er zeker van zijn dat het allemaal dagvers door lokale vissers uit de Middellandse Zee is gehaald.

Zoutmeren

Volg je de weg richting Torrevieja, dan kom je door het natuurgebied Las Salinas del Brac del Port, een uitgestrekt zoutwinningsgebied met kleine lagunes en salinas, kunstmatig aangelegde zoutmeren.
Hier overwinteren ook hele kolonies flamingo’s.
De provincie Murcia is ook opvallend groen. Naast appelsienen, citroenen en mandarijnen vind je langs de hele kust ook veel amandel- en olijfboomgaarden. Groen in overvloed is er ook in Elx (Elche) met zijn prachtige en unieke palmentuinen. De palmbomen worden in afzonderlijke tuinen (huertos) gekweekt, waarvan er een open is voor het publiek, de Hort del Cura. De palmtuinen van Elx zijn zelfs door de Unesco beschermd.
Nog zo’n wonder van de natuur is de Mar Menor. Dit enorme binnenmeer van zo’n 180 vierkante kilometer is Europa’s grootste brakwaterlagune. Hier wordt de zee als het ware in tweeën gesplitst door een landtong die La Manga wordt genoemd. De Mar Menor is overal niet dieper dan acht meter waardoor het op een groot warm bad lijkt.

Zarangollo

Zeker niet te missen is het barokke stadje Lorca, een eindje landinwaarts en de schrijn in het plaatsje Caravaca de la Cruz, een van de vijf heiligste plaatsen van Spanje.
Precies tussen het stadje Mazarrón en Aguilas ligt Playa de Calnegre, een hagelwit zandstrand.
Het eindpunt van de Costa Calida is Aguilas, een traditionele Spaanse badplaats en vissersdorp, met lange boulevards langs de zee, een middeleeuws kasteel voor een schitterend zicht over stad en zee.
Aan de voet van het kasteel vind je een heel gezellig restaurantje, El Pie Castillo, waar je ook in de winter behaaglijk kan dineren aan een groot open haardvuur. Met een beetje geluk staat er een zarangollo op het menu, een typisch murciaans gerecht op basis van ui en courgette, uiterraard vers geplukt uit de huertos en gezouten met zout van de salinas in de buurt.